0.9.11 /

Noord-Brabant werkt aan bereikbaarheid Bij ‘Oostelijke Langstraat’
zijn tal van partijen gebaat
(en andere praktijkverhalen)

Goede verbindingen essentieel voor concurrentiekracht

Goed onderhouden wegen en betrouwbaar openbaar vervoer zijn van groot belang om Nederland ook in de toekomst in beweging te houden. Voor de concurrentiekracht van regio’s zijn goede hoogwaardige digitale voorzieningen verbindingen essentieel. Ook de leefbaarheid van de regio is gebaat bij goede bereikbaarheid van woon- en natuurgebieden.

Oostelijke Langstraat

Hoe de provincie zich inzet voor een betere bereikbaarheid is goed te zien op en rond de A59 in Noord-Brabant. Daar werkt de provincie samen met een groot aantal partijen om een impuls te geven aan het gebied aan weerszijden van de weg. Bijzonder, omdat er in ons land weinig plekken zijn waar zoveel ruimtelijke knelpunten bij elkaar komen als daar. De rijksweg speelt een belangrijke rol in de ontsluiting van bedrijventerreinen, woonwijken en natuurgebieden zoals Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen. Het gebied aan weerszijden van de snelweg staat bekend als de ‘Oostelijke Langstraat’.

Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat moet zorgen voor een betere bereikbaarheid en toegankelijkheid van het gebied.

Concurrentiekracht vergroten

De uitdaging is om de komende jaren de concurrentiekracht van de Brabantse regio verder te vergroten door vervoersvormen op elkaar te laten aansluiten, de doorstroming te verbeteren en de bereikbaarheid van woonkernen en bedrijventerreinen te vergroten. Het project Oostelijke Langstraat

Doel van het project is:

  • Verbetering van de verkeersdoorstroming;
  • Verbetering van de bereikbaarheid van woonkernen en bedrijventerreinen;
  • Vergroten van de verkeersveiligheid;
  • Verbinden van natuurgebieden.

Om dat te bereiken worden over een afstand van zo’n 20 kilometer tussen Waalwijk en Den Bosch diverse deelprojecten op het terrein van infrastructuur, natuur, water en recreatie in samenhang uitgevoerd. De belangrijkste daarvan:

  • Vier van de negen op-/afritten verdwijnen;
  • Verbetering van de parallelwegen langs de snelweg zodat regionaal verkeer geen gebruik van de snelweg hoeft te maken;
  • Aanleg van twee grote ecologische verbindingen in noord-zuidrichting.
  • Verbetering van fietsverbindingen
  • Aanleg waterberging
kent diverse deelprojecten op het terrein van infrastructuur, natuur, water en recreatie.

Samenwerken vanaf het begin

In 2017 gaat de schop in de grond. Aan dat moment gaat een grondige voorbereiding vooraf. Sterker nog: kenmerkend voor de aanpak van het Brabantse project is dat al in een vroeg stadium de samenwerking is gezocht met andere overheden, lokale partijen, ondernemers en bewoners. “We werken aan een goed bereikbare én leefbare regio in samenwerking met zo’n twintig partners
  • Provincie Noord-Brabant
  • Waterschap Aa en Maas
  • Gemeente Heusden
  • Gemeente Waalwijk,
  • Gemeente ’s-Hertogenbosch
  • ZLTO afdeling Oostelijke Langstraat
  • Staatsbosbeheer
  • Vereniging Natuurmonumenten
  • Brabants Landschap
  • Brabantse Milieufederatie
  • MKB Heusden
  • Waalwijks Bedrijvenplatform
  • Kamer van Koophandel Brabant
  • Recron Brabant
  • EVO Transport en Logistiek Nederland (TLN),
  • Brabants Particulier Grondbezit
  • Fietsersbond de Langstraat
  • Heusdens Bedrijvenplatform
  • Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging
, vertelt projectleider Ivette van der Linden van de provincie Noord-Brabant. “ Door zo veel mogelijk partijen te betrekken en zelf een sterke regie te voeren is veel draagvlak ontstaan en is een aantal deelprojecten – zoals het ‘Ei van Drunen’ (een grote nieuwe rotonde) en de klimaatbuffer bij Vlijmen – versneld uitgevoerd.”
“Met twintig partijen, vijf overheden en inspraak van de bewoners werken we samen door tot de laatste steen en de laatste grasspriet.”
Ivette van der Linden
Projectleider Provincie Noord-Brabant

Regionaal vervoer: een kerntaak voor provincies

De zorg voor een bereikbare regio is voor provincies een belangrijke kerntaak. Goede verbindingen (over land, water, door de lucht en digitaal) dragen immers bij aan een kwalitatief hoogwaardige regio waar het goed wonen en goed ondernemen is. De provincies concentreren zich daarbij op regionale wegen en regionaal openbaar vervoer. Zo werkt de provincie aan een verdere uitbreiding van het aantal regionale verbindingswegen en meer aansluitingen met het hoofdwegennet. Daarnaast zorgen provincies voor het onderhoud en veiliger maken van de bestaande infrastructuur. Dat gaat de komende jaren wel gepaard met toenemende kosten van onderhoud van wegen en van vervanging van tal van bruggen en viaducten die aan het eind van hun levensduur komen.

Alle kikkers in de kruiwagen

De provinciale aanpak van het project Oostelijke Langstraat is kenmerkend voor de werkwijze van Noord-Brabant. Het samen zoeken naar oplossingen, het leggen van de belangenpuzzel, is één van de drijfveren van projectleider Van der Linden. “Regie nemen betekent overigens niet dat je buiten het project staat en van een afstandje toekijkt, juist niet. De kracht van het netwerken, van de persoonlijke contacten en de één-op-één gesprekken zijn in deze vorm van samenwerking van onschatbare waarde. Alle partijen moeten meedoen voor het succes van het totale project. Dat betekent dat iedereen tevreden moet zijn; zo hou je de kikkers in de kruiwagen.”
“Je moet niet blijven hangen in standpunten, maar samen op zoek gaan naar de achterliggende belangen. Daar vind je elkaar. De zogenoemde ‘mutual gains approach’. Het management van belangen is een cruciale factor.”
Ivette van der Linden
Projectleider Provincie Noord-Brabant

Regie voeren is ook luisteren

Tot op heden is hoofdzakelijk gesproken met verenigingen, gemeenten, organisaties, belangenverenigingen. “Bewoners hebben de wens uitgesproken eerder betrokken te worden, al in de ideeën-fase”, vertelt Van der Linden. “De komende periode richten we ons daarom ook op een actievere communicatie naar, maar bovenal mét, de inwoners. Met kennis en communicatie over het waarom van een standpunt zetten we samen stappen vooruit.”

“Als gebiedsregisseur gaan wij op zoek naar de kracht en de optimale benutting van de samenwerking met alle belanghebbenden in de regio.”
Wim van de Donk
Commissaris van de Koning in Noord-Brabant

Goed vervoer = goede aansluitingen

Provincies werken aan een goede deur-tot-deurreis voor burgers en bedrijven, bijvoorbeeld als zij met fiets én bus of met trein én auto reizen. Daarvoor is wel een goede aansluiting nodig tussen verschillende vervoersmiddelen, zoals goede stallingsmogelijkheden en goed op elkaar aansluitende dienstregelingen van verschillende aanbieders van regionaal openbaar vervoer. Omdat de provincie eindverantwoordelijk is voor regionaal openbaar vervoer kan zij dat als voorwaarden stellen bij het toekennen van concessies.

“Met een betere bereikbaarheid neemt de kwaliteit van dit gebied enorm toe.”
Ben Mandemakers
Ondernemer

Het bedrijfsleven betaalt mee

Inmiddels is de business-case van 76 miljoen gesloten en de planontwikkeling gestart. Een opvallende speler in de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat is het bedrijfsleven. “Het bedrijfsleven ziet de A59 langzaam dichtslibben. Dat is niet goed voor de reistijd van de werknemers en evenmin voor het vervoer van goederen”, aldus Van der Linden. Uit de samenwerking met de bedrijvenverenigingen en een enquête onder lokale bedrijven kwam naar voren dat een ruime meerderheid vóór rechtstreekse deelname aan het project was. Een verhoging van de OZB bleek een goed instrument om de financiële input van het bedrijfsleven te realiseren. “Het gaat om een bedrag van 15 miljoen verdeeld over een periode van 50 jaar.“

Provinciaal inpassingsplan

Aan de realisatie van het project gaat tot 2017, wanneer de eerste schop de grond in gaat, veel voorbereiding vooraf. Tot dat startmoment draait het binnen het project om onderzoeken, ontwerpen, wijzigen van bestemmingsplannen. Het provinciaal inpassingsplan (pip) speelt daarbij een belangrijke rol. Met een dergelijk inpassingsplan kan de provincie grote projecten uitvoeren op het gebied van ruimtelijke ordening. De te volgen procedure is vergelijkbaar met die van een gemeentelijk bestemmingsplan.

Terug naar de overzichtskaart

Limburg verbindt over grenzen heen Regionaal spoorvervoer
gaat internationaal

Een bereikbare regio, óók over de grens

Een goede regionale bereikbaarheid betekent niet alleen goede verbindingen over spoor en weg in een regio zelf, maar ook tussen regio’s onderling. Ook als die in het buitenland liggen en de toegangspoort vormen naar de rest van Europa. Daarom zet de provincie Limburg zich in voor goede spoorverbindingen met Duitsland en België.

Internationaal spoor: een ander verhaal

Internationale verbindingen over de weg zijn relatief makkelijk te realiseren. Maar grensoverschrijdende treinverbindingen, zeker regionaal: dat is een ander verhaal. Dan heb je te maken met ingewikkelde Europese en nationale wetgevingen, met verschillende aanbieders en met treinen die bijvoorbeeld door een ander voltage van de bovenleiding geen gebruik kunnen maken van elkaars railverbindingen. Of blijkt de ene spoorlijn wel geëlektrificeerd en de aansluitende niet. Toch maakt Limburg – dat met driekwart van zijn grenzen aan België en Duitsland grenst - zich er hard voor. Simpelweg omdat goede verbindingen (naast kwaliteit van ‘wonen en leven’, ‘menselijk kapitaal’ en een sterk economisch profiel) een essentiële voorwaarde zijn om een technologische Topregio in Europa te worden. En dat is wat Limburg, samen met regio’s in het aangrenzende buitenland, graag wil bereiken.

Beter, sneller & frequenter geven Limburg een impuls

Nu nog rijden grensoverschrijdende treinen vaak slechts eenmaal per uur. En soms zijn grensoverschrijdende spoorlijnen in een ver verleden stilgelegd. Door meer, betere, snellere en frequentere treinverbindingen te realiseren met diverse grotere spoorknooppunten is de Limburgse regio, en daarmee de rest van Nederland, straks veel beter ontsloten. Dat geeft een impuls aan het bedrijfsleven, aan kennisinstituten, aan toerisme, aan de werkgelegenheid en wat al niet. Het wordt immers makkelijker om vanuit Aken naar Maastricht en vandaar naar Luik of Leuven te rijden. Of om per trein vanuit Venlo naar vliegveld Düsseldorf te reizen. Waar het kan wil de provincie dat er naast regionale grensoverschrijdende lijnen straks internationale IC-verbindingen ontstaan.

De rol van de provincie

De provincie Limburg is op het gebied van grensoverschrijdend openbaar vervoer aanjager, initiator en ondersteuner. Bestuursstrateeg internationalisering bij de provincie Limburg Stefan Kupers hierover: “In de drukte en hectiek van alledag komen veel partijen er niet aan toe om dat stapje over de grens te zetten. De provincie probeert de partijen bij elkaar te brengen, te verbinden met behulp van informatie en waar nodig ook met financiële ondersteuning.” De praktijk blijkt daarbij weerbarstig. “Infrastructuur is duur”, zegt Kupers. ”En juridisch gezien is het ingewikkeld wie bijvoorbeeld toestemming mag verlenen om een internationale treindienst te rijden. En de technische aanpak van veiligheid, maar ook van de spanningskabels, sluit niet altijd op elkaar aan.” Het is zo maar een rijtje uitdagingen die opgelost moeten worden alvorens de sneltram van Hasselt naar Maastricht rijdt, of de treinverbinding tussen Maastricht en Aken wordt verbeterd. Een provincie die het onderwerp voortdurend op de agenda houdt en zorgt dat dromen veranderen in concrete plannen en projecten, is dan simpelweg onmisbaar.

Ook Limburg betaalt mee

Met het openbaar vervoer, en dus ook grensoverschrijdend treinvervoer, is heel veel geld gemoeid. Voordat een grensoverschrijdende spoorverbinding gerealiseerd wordt, wordt heel zorgvuldig gepland of de investeringen – en daarmee de inzet van belastinggelden – verantwoord zijn. In het begin van zo’n proces gaat het nog om studies en spreken we van tienduizenden euro’s. Wanneer de plannen concreter worden, zijn met de opstelling daarvan tonnen gemoeid, en als we gaan realiseren gaat het om miljoenen euro’s. Niet enkel voor eenmalige investeringen in de infrastructuur, zoals rails, stations of veiligheidssystemen, maar ook voor elk jaar terugkerende exploitatiekosten voor het kunnen rijden en kunnen bedienen van de stations.

Voor de grensoverschrijdende treinverbindingen is in eerste instantie het Rijk financieel verantwoordelijk, samen met OV-instanties in het buitenland. Of in Brussel, als de Europese programma’s dit mogelijk maken. Limburg is echter bereid ook zelf te investeren. Zo draagt Limburg € 7,5 miljoen bij in elektrificatie van het baanvak tussen Heerlen en Aken, daarbovenop dragen we elk jaar bij aan de exploitatiekosten van de trein. En ook voor de gewenste verbetering van de treinverbinding tussen Maastricht en Luik of een toekomstige stoptreinverbinding tussen Weert, Hamont en Antwerpen is de provincie Limburg bereid om te investeren.

“Internationaal wordt vaak als hobbyisme gezien, in Limburg wordt het gevoeld als echt belangrijk. Ook op het gebied van railvervoer. Internationaal is de toekomst en de toekomst is belangrijk.”
Theo Bovens
Gouverneur / Commissaris van de Koning

Fryslân verbindt wegen en belangen Verbeteren infrastructuur
levert méér op

Integrale gebiedsaanpak zorgt voor tal van verbeteringen

Het verbeteren van de regionale bereikbaarheid is een belangrijke provinciale taak. Daar zijn veel belangen mee gediend: van economie en leefbaarheid tot verkeersveiligheid en duurzaamheid. Een integrale benadering maakt het mogelijk veel van die belangen (en dus ook: budgetten) met elkaar te combineren. De provincie speelt hierin een cruciale rol, omdat hier veel lijntjes bij elkaar komen.

Werken aan bereikbaarheid en veiligheid

In de provincie Fryslân wordt momenteel op heel veel verschillende plekken aan de bereikbaarheid gewerkt. Zo zorgen nieuwe rondwegen bij Leeuwarden en Sneek ervoor dat de doorstroming aanzienlijk is verbeterd. Op andere locaties werkt de provincie aan betere doorgaande wegen die niet door dorpen lopen. Een voorbeeld daarvan is de zogeheten Centrale As, tussen Dokkum en Nijega. Deze nieuwe 23 kilometer lange weg zorgt voor een betere bereikbaarheid van het gebied, maakt aanliggende dorpen zoals Damwoude en Veenwouden autoluw en verhoogt bovendien de verkeersveiligheid in dit gebied.

Veiliger knooppunten

Dat laatste is geen onbelangrijk aspect. Er gebeuren namelijk relatief erg veel ongelukken in noordoost Fryslân, vaak met lichamelijk letsel of zelfs dodelijke afloop. Bij de aanleg van de nieuwe weg wordt daarom veel aandacht gegeven aan de aanleg van veilige knooppunten. Ook vrachtverkeer in dorpskernen zorgt voor veel onveilige situaties. Doorgaand vrachtverkeer komt straks niet meer in de dorpen, maar kan er makkelijk omheen rijden. Door de ‘oude’ verbindingswegen door de dorpen heen opnieuw in te richten verbetert ook hier de verkeersveiligheid.

Bereikbaarheid over spoor en water

Bereikbaarheid gaat ook over vaar- en spoorwegen. In dat kader zet de provincie zich samen met onder meer ProRail in voor het verbeteren van de verbinding tussen Leeuwarden en Groningen. Zo is de frequentie van het treinverkeer verhoogd en gaat vanaf 2017 een extra sneltrein rijden tussen beide steden. Verder werkt de provincie aan de aanleg van aquaducten en betere bruggen en, bijvoorbeeld, aan de verruiming van de sluis bij Kornwerderzand, zodat scheepswerven achter de Afsluitdijk schepen geheel kunnen afbouwen. Nu moeten die in delen door de huidige sluis, om elders te worden geassembleerd.

Wegaanleg zorgt voor werkgelegenheid

Ook de economie is gebaat bij de verbeterde infrastructuur. Bereikbaarheid is in Fryslân, met name in de noordelijke gebieden, immers van groot belang om de economie goed te laten draaien. Goede wegen zorgen ervoor dat vrachtvervoer snel z’n bestemming kan bereiken en zorgen ook in bredere zin voor een goede ontsluiting van het gebied. En dat is hard nodig. Een betere bereikbaarheid voorkomt bijvoorbeeld dat er steeds minder voorzieningen zijn en dat jongeren wegtrekken. Zo gaan de nieuwe wegen ook de krimp tegen.

De wegaanleg zorgt dankzij de toegepaste ‘gebiedsgerichte aanpak’ zélf ook voor meer regionale werkgelegenheid. Zo is ervoor gekozen het grootschalige project op te knippen in 17 kleinere delen. Het resultaat daarvan is dat meer aannemers kunnen inschrijven en dat de risico's kleiner zijn, wat de prijs drukt. Bovendien maken door deze manier van aanbesteden kleinere bedrijven meer kans om werk binnen te halen. Dat is weer goed voor de regionale economie en werkgelegenheid.

Kenmerkend voor De Centrale As is het betrekken van de omgeving bij alle werkzaamheden. Zo kunnen jonge leerlingen in de streek de bouwwerkzaamheden van dichtbij volgen via een van de educatieprojecten rondom De Centrale As. Leerlingen van groepen 5/6 volgen bijvoorbeeld in het project ‘Adopteer een Kunstwerk’ drie jaar lang de bouw van een naburig viaduct, onderdoorgang of aquaduct. Ook krijgen ze drie keer per jaar een gastles met verschillende thema’s: bijvoorbeeld ecologie, landmeten, water, techniek en bouw, en bezoeken ze regelmatig de bouwplaats om de bouw van dichtbij mee te maken. Veel belangstelling van buurtbewoners is er ook voor de maandelijkse bustour langs de werkzaamheden, met toelichting door een gids.

Van 99 naar 1 variant

Verbeteren van de regionale infrastructuur is vaak een zaak van de lange adem. Zo wordt er al sinds 1999 gesproken over De Centrale As. Het kostte veel overleg en aanpassingen van de plannen voor het uiteindelijke tracé kon worden vastgesteld: 99 varianten werden uiteindelijk tot 1 teruggebracht. Meerdere keren was de weg hét onderwerp bij raads- of statenverkiezingen. Inmiddels is het tij aan het keren en maakt aanvankelijke weerstand plaats voor steeds meer instemming en draagvlak. Er zijn zelfs uitgesproken vrienden van De Centrale As, zoals wijkraden, commerciële clubs, Veilig Verkeer Nederland en een aantal onderwijsinstellingen die de komst van de weg van harte aanmoedigen.

“Wat we graag willen is dat door deze weg de bereikbaarheid maar vooral ook de economische leefbaarheid in noordoost Fryslân er drastisch op vooruitgaat.”
Sietske Poepjes
Gedeputeerde
Meer informatie
www.decentraleas.nl

Terug naar de overzichtskaart

live!