0.9.11 /

Provincies slaan handen ineen Samen in actie voor behoud
Nieuwe Hollandse Waterlinie
(en andere praktijkverhalen)

Provincies behouden én versterken Nieuwe Hollandse Waterlinie voor de toekomst

Een sterke eigen culturele identiteit is voor veel regio’s belangrijk. Bijvoorbeeld om de eigen afkomst en geschiedenis, waarden en taal vast te houden. Ook zorgt de eigen identiteit voor onderlinge binding en kracht. Provincies maken zich hier sterk voor, net als voor een goed cultureel klimaat. Goede culturele voorzieningen vormen immers een belangrijke vestigingsfactor en bevorderen het toerisme.

Nieuwe Hollandse Waterlinie

Provincies zetten zich op tal van plekken in ons land in om rijke cultuurhistorie te behouden voor volgende generaties. Hoe zij dat doen is goed te zien aan het grootschalige project Nieuwe Hollandse Waterlinie: een verdedigingslinie die loopt van Muiden tot aan de Biesbosch, van maar liefst 85 kilometer lang. Vanaf 1870 tot en met de Tweede Wereldoorlog werd het gebied bij dreiging onder water gezet om vijanden tegen te houden. Plaatsen die niet onder water gezet konden worden, beveiligden de gezaghebbers met forten. Tegenwoordig is de Nieuwe Hollandse Waterlinie een natuurgebied met kastelen, tientallen forten, honderden groepsschuilplaatsen en waterstaatkundige werken. Deels zichtbaar, deels verborgen in het landschap.

Waaruit bestaat de Nieuwe Hollandse Waterlinie?

  • 85 kilometer lint van Muiden tot aan de Biesbosch
  • 60 forten en sluizen en 2 kastelen
  • vestingsteden en vele batterijen
  • 550 groepsschuilplaatsen en kazematten

Nieuw leven inblazen

Na 1945 verloor de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn waarde als militaire verdedigingslinie. In 1999 kwam echter het maatschappelijk besef dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie behouden moest blijven: als deel van het ‘nationaal geheugen’ draagt de linie immers bij aan het historisch besef. Daarnaast is de Nieuwe Hollandse Waterlinie belangrijk voor de regionale identiteit in het rivierengebied en vormt het gebied een rustige en groene tegenhanger van het stedelijk netwerk in het westen van ons land.

Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie

Het Rijk heeft de herontwikkeling van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in 1999 vastgelegd in de nota Belvedère. De provincies sloten hierbij aan. Dat was de start van het Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie, dat drie doelen heeft:

  1. komen tot een herkenbaar waterlinieprofiel;
  2. de waterlinie in de hoofden en harten van de mensen krijgen;
  3. zorgen voor duurzaam maatschappelijk en economisch nut.
Sinds 2005 heeft de Nieuwe Hollandse Waterlinie de status van ‘Nationaal landschap’ en sinds 2009 is het een Rijksmonument. Inmiddels is de linie voorgedragen als werelderfgoed van Unesco. De beslissing daarover valt in 2016.

Provincies betrokken

De provincies Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant hebben in 2014 de coördinatie voor het Nationaal Project overgenomen van het Rijk. De provincies dragen daarmee actief bij aan het beschermen en nieuw leven inblazen van de Waterlinie. Voor de provincie Gelderland is gedeputeerde Annemieke Traag verantwoordelijk: “De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een prachtig nationaal landschap vol cultuurhistorie en met veel toeristische en economische potentie. Ondernemers, particulieren, maatschappelijke organisaties, belangengroepen en overheden hebben de afgelopen jaren veel energie, tijd en geld gestoken in de ontwikkeling van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Daarmee is de Waterlinie anno 2015 het grootste monument van Nederland. Het is in 2015 exact tweehonderd jaar oud en door de inzet van velen ook behouden voor toekomstige generaties.”

Waarom provincies zich met cultuur bezighouden

Provincies vervullen een belangrijke rol in het stimuleren van de regionale cultuur, naast gemeenten en het Rijk. Provincies spannen zich vooral in voor bovengemeentelijke initiatieven die bijdragen aan de versterking van de regionale cultuur. De verantwoordelijkheid voor monumenten is door decentralisatie ook bij provincies terechtgekomen. Provincies bepalen bijvoorbeeld welke rijksmonumenten worden gerestaureerd en verbinden geldstromen van regionale partners, waaronder gemeenten en particulieren.

Regionaal: Pact van Loevestein

Ten zuiden van de Lek heeft Gelderland zich met twee andere provincies, elf gemeenten, Waterschap Rivierenland en Staatsbosbeheer in 2002 verbonden aan het Pact van Loevestein. Dat Pact streeft onder meer naar opname van de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Annemieke Traag hierover: “De afgelopen jaren hebben we samen met het Rijk en de andere partijen fors geïnvesteerd in herstel van het fysieke waterlinieprofiel en in de beleefbaarheid, toegankelijkheid en bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Al bijna 85 procent van onze ambities is gerealiseerd. We hebben forten opgeknapt en de toeristisch-recreatieve infrastructuur is verbeterd. De bekendheid van de Linie in de samenleving is toegenomen en er is veel onderzoek verricht naar haar geschiedenis en ontwikkelkansen. De status van UNESCO Werelderfgoed krijgen zou een prachtige manier zijn voor de regio om zich verder te profileren op de (inter)nationale markt van recreatie en toerisme.”

Waterliniemuseum

Fort Vechten bij Bunnik is een van de grootste en mooiste forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Vanaf najaar 2015 is hier het Waterliniemuseum Fort bij Vechten te bezoeken: een culturele, recreatieve en educatieve plek voor bezoekers uit binnen- en buitenland. Hier kun je ervaren hoe het er vroeger op de forten toeging. Met een jaarprogramma met tal van workshops, themawandelingen en activiteiten valt er altijd wat te beleven. Het nieuwe museum is ontwikkeld in nauwe samenwerking met Museum Slot Loevestein en het Nederlands Vestingmuseum Naarden. Samen met het Waterliniemuseum Fort bij Vechten vormen zij straks het Nationaal Waterliniemuseum.

Forten restaureren

Een belangrijk onderdeel van het verbeteren van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is het restaureren van forten. Zij worden in ere hersteld en krijgen nieuwe eigentijdse functies: het ene fort wordt restaurant, het andere een avontuurlijke speelplek. Weer andere forten krijgen een nieuw leven als cultuurcentrum, logeerplek of schuilplek voor beschermde diersoorten. Nieuwe fiets- en wandelpaden verbinden de forten met elkaar.

Het Geofort bij Herwijnen

Een voorbeeld van een geheel gerestaureerd fort is het GeoFort bij Herwijnen; een educatieve attractie op het gebied van cartografie en navigatie. Op het GeoFort maakt de bezoeker kennis met oude en nieuwe geotechnieken in de GeoExperience, het ‘intelligent’ doolhof en de Vleermuisspeurtuin. Ook is er een 3D Café. De initiatiefnemer van het GeoFort is Willemijn van Leeuwen. Zij heeft het project sinds 2005 stap voor stap gerealiseerd. In de video vertelt Willemijn hoe ze hierbij hulp kreeg van de provincie en vertelt gedeputeerde Annemieke Traag waarom ze het Geofort steunt.


Toekomst: plannen tot 2020

Nu de Nieuwe Hollandse Waterlinie behouden blijft en beter zichtbaar is als waardevol landschap, staan de provincies voor de volgende uitdaging. Traag legt uit: “De grootste opgave voor de komende jaren is het borgen van duurzaam beheer en onderhoud van de diverse onderdelen langs de waterlinie. Hiermee waarborgen we de ruimtelijke kwaliteit en ondersteunen we de Unesco kandidatuur. Een belangrijk onderdeel is het intensiveren van het economisch en maatschappelijk nut van de waterlinie, samen met ondernemers, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden.”

“Maatschappelijke toewijding is de beste garantie voor langdurig behoud.”
Annemieke Traag
Gedeputeerde Gelderland periode 2011 - 2015
Meer informatie
www.hollandsewaterlinie.nl, www.waterliniemuseum.nl, www.geofort.nl

Noord-Holland ontsluit eigen erfgoed Online impuls voor regionale cultuur en historie

Oneindig Noord-Holland maakt regionale cultuur en historie toegankelijk

Provincies beschikken vaak over een schat aan cultuur en historie. Bijzondere landschappen, musea, streekgerechten, historische plekken en zelfs bijzondere verhalen: allemaal zeer kostbaar erfgoed en waard om ontdekt te worden. Door al dat moois te ontsluiten kunnen veel meer inwoners en bezoekende toeristen ervan genieten.

Van provincieproject tot stichting

Precies dát was reden voor de provincie Noord-Holland om werk te maken van het (veel) toegankelijker maken van het cultureel erfgoed in de provincie. Onder de noemer ‘Oneindig Noord-Holland’ maakte de provincie in 2010 een begin met het inventariseren en online ontsluiten van de eigen cultuurhistorische schatkamer. Het aanvankelijke provincieproject werd in 2013 verzelfstandigd door de activiteiten onder te brengen in een aparte stichting. Dat maakte het mogelijk de activiteiten verder te verbreden. Sindsdien is Stichting Oneindig Noord-Holland dé promotor van cultureel erfgoed voor wie in deze provincie op zoek is naar ontspanning met inhoud.

Tal van activiteiten

De stichting zet zich er samen met tal van partners uit het culturele veld voor in cultureel erfgoed toegankelijk te maken voor iedereen. Bijvoorbeeld door verhalen uit de geschiedenis te verbinden met collecties van musea, archieven en culturele instellingen. Daarmee komt het rijke verleden van Noord-Holland digitaal tot leven aan de hand van boeiende verhalen achter gebeurtenissen in de geschiedenis, mensen, plekken en monumenten. Verhalen, beelden, routes en campagnes: het is allemaal terug te vinden op de alsmaar groeiende, interactieve website van Oneindig Noord-Holland.
 Daarnaast is Oneindig Noord-Holland ook aanwezig op straat bij monumenten, in het landschap via routes, bij exposities en culturele evenementen, in kranten, op radio en TV, met QR-codes en via de speciale Street Museum App. Verder zag ook het boek Proef Noord-Holland het daglicht, vol met streekgerechten bereid door topkoks.

De rol van de provincie

Provincies vervullen een belangrijke rol in het stimuleren van de regionale cultuur. Met name spannen zij zich in voor bovengemeentelijke initiatieven die bijdragen aan de versterking van de regionale cultuur. De verantwoordelijkheid voor monumenten is door decentralisatie ook bij provincies terechtgekomen. Daaronder valt bijvoorbeeld de restauratie, instandhouding en herbestemming van monumenten. Zoveel mogelijk pakken provincies deze taak op in samenhang met andere ruimtelijke opgaven, zoals natuur, recreatie en economie.

Kennis en ervaring delen

Naast het beheren en ontwikkelen van de inmiddels flink uitgedijde website en de enorme database stelt de stichting haar kennis ter beschikking op het gebied van (online) cultureel ondernemerschap. Dat houdt in dat anderen kunnen profiteren van de ervaring die inmiddels is opgedaan. Zo klopte de Stichting Zeeuws Erfgoed aan bij de Stichting om hen te helpen op soortgelijke wijze het Zeeuwse cultureel erfgoed te ontsluiten. Inmiddels is ook deze Zeeuwse evenknie online. Niet alleen de kennis op het gebied van techniek wordt gedeeld, maar ook de manier waarop de stichting georganiseerd is en het ‘verdienmodel’. Dat laatste zorgt ervoor dat de stichting steeds meer eigen inkomsten genereert en daardoor op den duur geheel op eigen benen kan staan, zonder subsidie van de provincie.
Voorlopig steunt de provincie de activiteiten van de Stichting nog, in elk geval tot eind 2015. Sterker, feitelijk heeft de provincie een deel van de eigen cultuur-historische kerntaken ondergebracht bij de Stichting door de activiteiten te bestempelen als ‘Dienst van Algemeen Economisch belang’.

De doelstellingen van Oneindig Noord-Holland

  1. Het ontsluiten van Noord-Hollands cultureel erfgoed voor inwoners van Noord-Holland en bezoekers van buiten de provincie.
  2. Het ontwikkelen en beheren van een digitaal museum door:
    • het bijeenbrengen van Noord-Hollandse collectie en verhalen;
    • het bieden van een duurzame infrastructuur waarop publiek, culturele instellingen en anderen zelf verhalen kunnen toevoegen.
  3. Cultureel erfgoed levend maken door verhalen naar mensen toe te brengen, door:
    • het bijeenbrengen van Noord-Hollandse collectie en verhalen;
    • het bieden van een duurzame infrastructuur waarop publiek, culturele instellingen en anderen zelf verhalen kunnen toevoegen.
“Het voordeel van een stichting apart van de provincie is dat de stichting wordt uitgedaagd om creatieve vormen te vinden voor financiering. Ook moet zij daardoor voortdurend innoveren om voor andere partijen (zowel publieke als private financiers) interessant te zijn om te steunen. Wel zijn we ook na de verzelfstandiging in het platform blijven investeren. Op die manier garandeert de provincie dat het ontsluiten en verbeelden van de Noord-Hollandse geschiedenis centraal blijft staan.”
Elvira Sweet
Gedeputeerde periode 2011 - 2015
Meer weten?
Ga naar www.oneindignoordholland.nl

Geen kernopgave, wel oppakken Provincie Limburg op de bres voor regionale media

De toegevoegde waarde van regionale media

De provincies hebben in 2010 zeven kerntaken gedefinieerd. En hoewel deze kerntaken nog onverkort gelden, biedt Kompas2020 meer ruimte voor provincies om specifieke regionale opgaven op te pakken, óók als die niet tot de kernopgaven behoren. De provincie gaat er dan weliswaar niet over, maar neemt wél z’n verantwoordelijkheid als regionaal bestuur.

Een mooi voorbeeld van zo’n maatschappelijke opgave die de provincie oppakt, is te vinden in Limburg. Daar maken steeds meer mensen zich zorgen over de ontwikkeling van de regionale media. Kranten, maar ook andere media, krijgen het onder invloed van online media steeds moeilijker door teruglopende aantallen abonnees en advertentie-inkomsten. Dat terwijl juist media als dagbladen en regionale radio- en tv-stations een belangrijke ‘drager’ zijn van de regionale cultuur en een belangrijke bijdrage leveren aan meningsvorming en informatievoorziening. Minder regionale media betekent dat burgers ook slechter geïnformeerd zijn over wat er in hun directe omgeving speelt. Online ontwikkelingen zijn uiteraard niet tegen te houden, maar veranderen het speelveld wel. De provincie nam daarom het voortouw in het bij elkaar brengen van verschillende partijen. Met als doel samen na te denken over de vraag hoe de regionale media ook in het online tijdperk hun belangrijke toegevoegde waarde kunnen blijven waarmaken.

Actieve vertegenwoordigende rol

Dát de provincie Limburg deze opgave op zich nam vloeit direct voort uit de actieve vertegenwoordigende rol van de Statenleden náást hun controlerende en kaderstellende rol. Dat wil zeggen dat Statenleden vanuit hun rol van volksvertegenwoordiger ook kwesties aan de orde kunnen stellen waarover veel mensen zich zorgen maken. De teloorgang van de regionale media was er een van. En zo werd deze ontwikkeling tóch geagendeerd, ook al behoorde het onderwerp niet tot de kerntaken. Het oppakken van dit type opgaven vraagt wel een ander samenspel tussen Provinciale Staten en GS, en dat is wennen. Zo bleek ook in Limburg.

Politieke discussie maakt fundamentele discussie onmogelijk

Want: de intentie mocht dan goed zijn, het ging toch allemaal moeizamer dan verwacht. Tegelijk met het bredere vraagstuk speelde namelijk ook een specifieke vraag: moest de provincie zich financieel garantstellen om de verkoop van de enige Limburgse dagbladuitgever aan een Belgisch mediaconcern mogelijk te maken? Daarover verschilden de meningen sterk in de Provinciale Staten. En die politieke discussie maakte op dat moment een fundamentele, open discussie over regionale media vrijwel onmogelijk. Een goed leermoment, concludeert huidig Statenlid en destijds gedeputeerde Peter van Dijk: “Je kunt als provincie alleen met een dergelijke agendering aan de slag als die ontdaan is van zijn politieke lading. Dus eerst moest de kwestie over de garantstelling worden afgewikkeld. Toen dat het geval was, lag de weg open voor een brede oriëntatie op het onderwerp.”

Gezamenlijk gedragen agenda

Een ander leerpunt was dat het agenderen van dergelijke opgaven breed gedragen moet zijn. Anders gezegd: zowel Gedeputeerde Staten als de Statenleden moeten het belangrijk vinden dat de provincie het onderwerp oppakt. Anton Kirkels (Statenlid voor de VVD) noemt een gezamenlijk gedragen agenda van GS en Staten zelfs “een absolute voorwaarde”. En daarnaast is ook de gevoelde urgentie in de samenleving maatgevend voor het al dan niet oppakken van dit soort onderwerpen. Kortom: ook al behoort een opgave niet tot de kernopgaven, als in de samenleving en in de Provinciale Staten duidelijk is dat de provincie er wat mee moet, dan is er genoeg reden om ermee aan de slag te gaan. Onderwijs of sport zijn andere voorbeelden van dergelijke maatschappelijke opgaven die bovenlokaal kunnen spelen.

Stakeholders geven hun visie

In het geval van het regionale mediabeleid kroop de provincie Limburg vooral in de rol van facilitator om te komen tot een regionaal mediabeleid. In diverse bijeenkomsten werden zo’n vijftig stakeholders – vooral partijen en personen die actief zijn op het gebied van regionale media en daarnaast onderzoekers en bestuurders - gevraagd hun visie te geven op de problematiek. Waar zagen zij de knelpunten, maar ook de kansen? Wat zou er in hun ogen moeten veranderen om ervoor te zorgen dat ook in de toekomst regionale media hun rol in de samenleving kunnen vervullen? Welke voorzieningen en faciliteiten vraagt dat?

Meer zorgen over regionale media

Niet alleen in Limburg zijn er zorgen over de teruglopende betekenis van regionale media. Provincies als Drenthe, Fryslân, Overijssel en Noord-Brabant herkennen de problematiek. Ook die provincies willen, in navolging en naar voorbeeld van Limburg, een bijdrage leveren aan het versterken van het regionale medialandschap.

Overheid heeft taak te voorzien in infrastructuur

Alle bevindingen belandden uiteindelijk in een bondige uitgave – zowel in een online als in een geprinte variant. Daarin werd onder meer geadviseerd zowel te investeren in een digitale infrastructuur voor regionale media als in een subsidieregeling om vernieuwende ideeën verder uit te werken. En zo besloot de provincie dan ook.

“In de moderne kennismaatschappij heeft de overheid – en daarmee het middenbestuur – een taak bij het voorzien in een faciliterende infrastructuur. Zo goed als de maakindustrie in de jaren achter ons een fysieke infrastructuur nodig had om te kunnen functioneren, vraagt de informatiesamenleving nu om een – digitale – infrastructuur om tot wasdom te komen en bij te kunnen dragen aan economische en maatschappelijke voorspoed.”
Peter van Dijk
Statenlid PvdA

2015 als pilotjaar voor experimenten

2015 is nu een pilotjaar waarin het vastgestelde mediabeleid verder wordt ingevuld aan de hand van geselecteerde projecten. Dat gebeurt via de eerder genoemde media-subsidieregeling. Zoals de inrichting van een de ‘Rotonde Limburg’, een infrastructuur waarmee makkelijker content in de vorm van informatie of standpunten gedeeld kan worden. De subsidieregeling ondersteunt verder ook experimenten die weer kunnen bijdragen tot innovaties waar de regio bij gebaat is. En als laatste voorziet de regeling ook in opleidingen (bijvoorbeeld in blogwriting en journalistiek), zodat burgers hun vaardigheden kunnen verbeteren om actief te berichten over hun omgeving en zo een rol kunnen pakken als ‘regionaal burgerjournalist’. Want met de opkomst van alle sociale media is de ‘verslaggevende burger’ een ontwikkeling waarmee ook in de regio onmiskenbaar rekening moet worden gehouden.

Terug naar de overzichtskaart

live!