0.9.11 /

Zuid-Holland bundelt krachten Samen de economie stimuleren vanuit één Innovationquarter (en andere praktijkverhalen)

Innovatief de regionale economie aanjagen

Na een diepe crisis klimt de economie langzaam maar zeker uit het dal. Topprioriteit voor de overheid is om de juiste voorwaarden te creëren voor een voortgang van het herstel. Daarvoor is voldoende economische kracht essentieel, zowel die van de (grote) steden als van het omliggende gebied. Dat draait om de beschikbaarheid van mensen, kennis, kapitaal en ruimte en om de interactie daartussen. Op die manier is er ook straks voldoende werkgelegenheid in de regio. En dat is weer essentieel om regio’s vitaal te houden.

InnovationQuarter: aanjager in Zuid-Holland

In Zuid-Holland werken overheden, kennisinstellingen en bedrijven sinds 2014 samen in InnovationQuarter. Deze regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Zuid-Holland (voorheen ROM Zuidvleugel) investeert in vernieuwende en snelgroeiende bedrijven, assisteert buitenlandse ondernemingen bij het vestigen in de provincie en organiseert samenwerking tussen innovatieve ondernemers, kennisinstellingen en de overheid. Het doel van InnovationQuarter is om door nauwere samenwerking, bundeling van initiatieven en focus op sterke punten de innovatieprestatie van de provincie sterk te verbeteren.


Betrokken partijen

InnovationQuarter is op 1 januari 2014 van start gegaan op initiatief van de provincie Zuid-Holland, het ministerie van Economische Zaken, de gemeenten Rotterdam, Den Haag, Leiden, Delft, Dordrecht en Westland, het Leids Universitair Medisch Centrum, het Erasmus Medisch Centrum, de Universiteit van Leiden en de Technische Universiteit Delft.

Universitair Medisch Centrum Leiden

De rol van provincies als het gaat om regionale economie

Provincies maken hun regio’s aantrekkelijk als vestigingsplaats voor bedrijven door het creëren van gunstige omstandigheden. Zo maken ze bedrijven en sectoren in de regio sterker via een actief stimuleringsbeleid gericht op topsectoren en het MKB. Ook kunnen provincies zorgen voor genoeg financieringsmogelijkheden om te innoveren. Daarnaast moeten provincies alert zijn op de vraag of het onderwijsaanbod past bij de (verwachte) vraag op de arbeidsmarkt. Provincies kunnen bedrijven ook helpen aan kennis door een goede samenwerking te bevorderen met hogescholen en universiteiten.

Waarom InnovationQuarter?

Aanleiding voor de start van InnovationQuarter was het besef dat Zuid-Holland zijn potentieel beter kan benutten. De startpositie van de provincie is ijzersterk, door een stevige kennisbasis en de aanwezigheid van veel sterke economische sectoren. Maar de innovatiekansen vertalen zich nog te weinig naar concrete resultaten. Zuid-Holland draagt daardoor relatief weinig bij aan de Nederlandse economie. Daarnaast scoort de provincie te laag op innovatiegebied: het aantal innoverende bedrijven en innovatieve banen is relatief klein en kennis wordt onvoldoende omgezet in nieuwe producten en diensten. InnovationQuarter wil daar verandering in brengen.

Vijf sectoren

De werkzaamheden van InnovationQuarter richten zich op vijf sterke sectoren in Zuid-Holland:
  • Life Sciences & Health
  • Cleantech
  • Safety & Security
  • Horticulture
  • Smart Industry

Zuid-Holland: regio met potentie

De regionale ontwikkelmaatschappij InnovationQuarter heeft drie kerntaken:

  1. Participatie & Financiering
  2. Marketing & Acquisitie
  3. Innovatie & Ontwikkeling


Kerntaak 1: Participatie & Financiering

Deze kerntaak gaat met name over het investeren in vernieuwende en snelgroeiende bedrijven. Als investeerder wil InnovationQuarter de toegang tot kapitaal vergroten voor innovatieve (door)startende MKB-bedrijven en snelle groeiers in Zuid-Holland. Om de investeringen in deze bedrijven te realiseren werkt InnovationQuarter samen met partners. Ook verstrekt zij leningen en/of eigen vermogen aan vroege-fase-bedrijven en MKB-bedrijven op zoek naar groeifinanciering. InnovationQuarter wil ook een ‘gidsfunctie’ vervullen door de aanwezige financieringsbronnen in de regio inzichtelijk en transparant te maken voor ondernemers en zo de financiële doorstroom te bevorderen.

Kerntaak 2: Marketing & Acquisitie

Deze afdeling van InnovationQuarter assisteert buitenlandse ondernemingen die zich willen vestigen in Zuid-Holland. Directe buitenlandse investeringen dragen tenslotte bij aan de economie, technologische innovatie en ontwikkeling van de regio. Buitenlandse bedrijven genereren economische groei, zorgen voor directe en indirecte werkgelegenheid, versterken de innovatiekracht en bevorderen aansluiting op internationale netwerken en bedrijvigheid. De hoofdopdracht van deze afdeling is het aantrekken van innovatieve bedrijven en investeringen, die sector- of clusterversterkend zijn, die leiden tot een toename in private investeringen en/of leiden tot een toename in werkgelegenheid.

Kerntaak 3: Innovatie & Ontwikkeling

Voor deze kerntaak organiseert InnovationQuarter samenwerking tussen innovatieve ondernemers, kennisinstellingen en de overheid. De hoofdopdracht vanuit deze afdeling is om het innovatiepotentieel van het MKB in de topclusters van Zuid-Holland te ontsluiten en te versterken. Dat gebeurt door het smeden van samenwerkingsverbanden tussen deze bedrijven onderling en met kennisinstellingen. Dit gebeurt langs drie elkaar versterkende actielijnen: het initiëren en met partners uitvoeren van structuurversterkende programma’s en projecten, het realiseren en laten doorgroeien van open innovatiecentra en fysieke brandpunten voor innovatie, en het helpen realiseren van businessconsortia die leiden tot marktintroductie van nieuwe innovaties. InnovationQuarter werkt met grote en kleine bedrijven, maar richt zich in het bijzonder op het innovatieve, kennisintensieve MKB: de koplopers.

Wat is een ROM?

In Nederland zijn regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) opgericht om de economische achterstand in deze de regio's weg te werken. Inmiddels is het doel verschoven naar het versterken van de economie van regio's in het algemeen. Er zijn in Nederland vijf ROM’s, die (mede) door het ministerie van Economische Zaken zijn opgezet:

Inmiddels kunnen diverse bedrijven en initiatieven dankzij ondersteuning van InnovationQuarter een stap vooruit maken.. Een paar voorbeelden:

BabyBloom Healthcare, in 2009 opgericht als spin-off van de TU Delft, ontwikkelde een kind- en oudervriendelijke couveuse voor de neonatologie. Deze innovatieve couveuse verbetert de kwaliteit van de zorg aan vroeggeborenen én levert een bijdrage aan het terugdringen van de zorgkosten. Dankzij het unieke en innovatieve ontwerp is de BabyBloom couveuse de eerste couveuse ter wereld waarmee een moeder in bed haar kind op schoot kan nemen, waaraan gebruikers zittend kunnen werken en die het kind beschermt tegen schadelijke prikkels. BabyBloom Healthcare gebruikt de financiering om de productie op te schalen en om de internationale verkoop- en distributie in te richten. Op die manier werkt het bedrijf aan het bereiken van een leidende positie op het gebied van de ontwikkeling van hoogwaardige, innovatieve en ergonomische couveuses.


Francis Griep-Quint, hoofd Participatie & Financiering bij InnovationQuarter: “BabyBloom Healthcare is precies het soort bedrijf dat wij voor ogen hadden bij de oprichting van ons investeringsfonds. Innovatief, maatschappelijk relevant en diepgeworteld in onze provincie. Met deze investering maken we de uitrol van een prachtige Zuid-Hollandse innovatie op het gebied van neonatologie mogelijk.” Medeoprichter van BabyBloom Healthcare Heleen Willemsen: “Het is niet eenvoudig om als jong technologisch bedrijf financiering binnen te halen. We zijn enorm blij dat InnovationQuarter samen met de andere investeerders het nu mogelijk maakt om onze ambitie waar te maken: ouders en hun vroeggeboren baby’s over de hele wereld een betere couveusetijd bieden.”

Biomedisch bedrijf Pluriomics is een spin-off van het LUMC, gevestigd op het Leiden Bio Science Park. Pluriomics heeft een technologie ontwikkeld om hartcellen te kweken. Hierdoor kan de farmaceutische industrie efficiënter medicijnen ontwikkelen en het gebruik van proefdieren flink verminderen. De investering gebruikt Pluriomics voor de verdere ontwikkeling van gekweekte hartspiercellen uit menselijke stamcellen, voor het ontwikkelen en valideren van tests gebaseerd op deze cellen en voor het op de markt brengen van deze technologieën.

Francis Griep-Quint, hoofd Participatie & Financiering bij InnovationQuarter: “Deze investering maakt groei en internationalisering van Pluriomics mogelijk door het uitbreiden van onderzoek en ontwikkeling en de commerciële activiteiten.” Herman Spolders, medeoprichter en algemeen directeur van Pluriomics, stelt dat deze investering komt op een belangrijk moment: “Farmaceutische bedrijven zijn in toenemende mate geïnteresseerd in onderzoek naar hartspiercellen die uit stamcellen zijn gekweekt. Reden daarvoor is het vooruitzicht op efficiëntere ontwikkeling van medicijnen en de druk van regelgevers om deze technologie op te nemen in de richtlijnen voor ontwikkeling van nieuwe medicijnen.”

Het Italiaanse DELFTEK, een high tech ingenieursbureau, heeft zich in Delft gevestigd met hulp van InnovationQuarter. Marco Musso, eigenaar en directeur van DELFTEK s.a.s., heeft een contract met het YES!Delft-gebouw getekend voor het huren van flexruimte. Dit is een eerste stap richting een structurele vestiging van het bedrijf in Delft.

Marco Musso: “When we decided to expand our activities to the north of Europe and started to look for a place that could offer the best opportunities, we discovered InnovationQuarter. The YES!Delft high tech center with its availability of an infrastructure specifically created to assist startups and small companies as well as the nearby presence of TU Delft is perfect for anyone who would like to start and grow. There was no doubt that it couldn’t be better.”

“Met InnovationQuarter zetten we Zuid-Holland internationaal sterker op de kaart. Dat helpt bedrijven bij hun stappen over de grens en trekt innovatieve partijen van elders naar de regio. Hoe meer partijen Zuid-Holland op de radar hebben, hoe groter de dynamiek.”
Rinke Zonneveld
directeur InnovationQuarter

Investeren en het principe van revolverende gelden

InnovationQuarter kiest er net als veel overheden voor om projecten te financieren via zogeheten revolverende middelen in plaats van traditionele subsidies. Dat houdt in dat risicodragend geïnvesteerd wordt in een bedrijf of initiatief. Na verloop van tijd wordt het belang met winst verkocht, waarna het opnieuw beschikbaar is voor investeringen in innovatieve bedrijven. Zo kunnen middelen meerdere keren worden ingezet.

“Deze regio heeft veel in huis. Ambitieuze ondernemers. Sterke universiteiten en mensen met goede ideeën. Dankzij de nieuwe regionale ontwikkelingsmaatschappij kan het geweldige potentieel nog beter worden benut.”

Hare Majesteit Koningin Máxima
Bij de start van InnovationQuarter
Meer informatie
www.innovationquarter.nl, InnovationQuarter Jaarplan 2015

Gelderland stimuleert innovaties Liever investeren dan subsidiëren

Elke provincie-euro vaker inzetten

Subsidies zullen wel altijd bestaan, maar steeds vaker stimuleren provincies initiatieven met middelen die vaker inzetbaar zijn. Geld, bijvoorbeeld voor innovaties op het gebied van economie, milieu en cultuur, wordt niet gegeven maar uitgeleend. In principe komt het daarna weer terug naar de provincie, zodat die het weer voor andere doeleinden kan inzetten. Zo zet Gelderland op deze manier 147 miljoen euro beschikbaar voor financieringen op het gebied van innovatie, duurzame energievoorzieningen, cultuurhistorie en breedband.

Start van de aanpak

Bij het aantreden van het Gelderse college van Gedeputeerde Staten in 2011 werd besloten de beschikbare financiële middelen waar mogelijk op een andere manier in te zetten. De eerste stap was de reservering van een bedrag van 100 miljoen euro aan 'revolverende middelen’: middelen die weer worden terugbetaald. Voor een vliegende start heeft de provincie in 2012 het Innovatie- en Energiefonds Gelderland (IEG) opgezet. In 2015 zijn drie dochtermaatschappijen onder Topfonds Gelderland opgericht.

Opbrengst uit verkoop aandelen

In de zomer van 2009 hebben verschillende provincies hun aandelen in energiebedrijven verkocht. Deze verkoop leverde hen veel geld op. De provincie Gelderland heeft haar aandelenbezit verkocht voor ruim 4,4 miljard euro, waarvan 500 miljoen direct vrij werd besteed in de Gelderse economie. Daarnaast is ook het bedrag van € 100 miljoen aan revolverende middelen uit de verkoopopbrengst van de aandelen gedekt.


De provincie en haar investeringen

De opgave van de provincie is het ontwikkelen van een eigen visie op de regionaal-economische ontwikkeling en het leveren van een financiële bijdrage daaraan. Provincies voeren een actief stimuleringsbeleid gericht op topsectoren en het MKB. Steeds vaker kiezen zij ervoor om projecten op die gebieden te financieren met behulp van revolverende middelen in plaats van traditionele subsidies. Voor het uitvoeren van activiteiten ontvangt de uitvoerder niet zonder meer een geldbedrag, maar een lening die met rente wordt terugbetaald. Ook kan er geparticipeerd worden in het bedrijf. Door aflossing van de lening of verkoop van het aandeel in het desbetreffende bedrijf komen de middelen terug in het revolverend fonds en is het weer beschikbaar voor nieuwe initiatieven. Zo kan een geldbedrag meerdere keren worden gebruikt.


Topfonds Gelderland

Na een uitgebreide studie heeft de provincie besloten de leningen niet zelf te verdelen. Zij roept hiervoor de expertise en ervaring in van de Participatiemaatschappij Oost NV (PPM Oost NV), die Topfonds Gelderland heeft opgericht. Hierin wordt een belangrijk deel van de 147 miljoen aan revolverende middelen gestort. De provincie geeft aan in welke sectoren dit geld moet worden besteed tegen welke prestaties. Via een jaarverslag en briefings worden Provinciale Staten op de hoogte gehouden van de resultaten. Door één procent prioritaire aandelen te nemen in het Topfonds, verzekert de provincie zich van strategische invloed op de koers van het fonds.

Innovatie- en Energiefonds Gelderland

Het Topfonds leent het geld niet zelf uit aan individuele bedrijven, maar doet dit via gespecialiseerde marktfondsen, zoals het Innovatie- en Energiefonds Gelderland (IEG). Met dit fonds kan de provincie innovaties bij Gelderse bedrijven en in de duurzame energievoorziening via een lening en/of participatie stimuleren. Het IEG begon met een budget van 10 miljoen euro. De belangstelling was zo groot dat het fonds met nog eens 55 miljoen euro is uitgebreid tot 65 miljoen euro.

Innovatie en duurzame energie

Het Topfonds investeert niet in individuele bedrijven, maar in fondsen. Het kan hierbij aansluiting zoeken bij landelijke investeringsfondsen (zoals voor AgriFood, Life Sciences en duurzame energie), zolang de opbrengsten uiteindelijk maar ten goede komen aan de Gelderse economische topsectoren. Zo komt er voor innovaties in de topsectoren Agro-Food/Tuinbouw, LifeSciences en Health, Energie- en Milieutechnologie en de Gelderse maakindustrie 23 miljoen euro beschikbaar. Voor cultuur en cultuurhistorie is 10 miljoen euro aan leningen extra beschikbaar. Een gedeelte van deze middelen wordt verdeeld via het Nationaal Restauratiefonds (6 miljoen euro). De resterende middelen lopen via het Fonds Gelderse Cultuurleningen (een fonds onder Topfonds Gelderland).

Voorwaarden

Geïnteresseerde bedrijven en instellingen moeten zelf ook een deel van het benodigde kapitaal op tafel leggen. Een andere voorwaarde is een sluitend bedrijfsplan. De leningen en investeringen vanuit Topfonds Gelderland BV komen beschikbaar op marktconforme voorwaarden (rente en looptijd). Anders is er sprake van staatssteun.

Andere terreinen

Ook op andere terreinen bekijkt de provincie hoe ze haar financiële middelen inzet. Bijvoorbeeld bij de aanleg van breedband. De provincie Gelderland is van plan om binnenkort een breedbandbedrijf op te richten voor de aanleg van een glasvezelnet in de Achterhoek. Hierin wordt 34 miljoen euro revolverend geïnvesteerd.

“Het succes van het IEG toont aan dat er in de markt grote behoefte bestaat aan deze vorm van financiering. De provincie loopt daarbij geen extra 'bancaire' risico's. Het kan zijn dat een deel van het uitgeleende geld niet terugkomt. Maar als je schenkt in plaats van uitleent, ben je sowieso het hele bedrag kwijt.”

Bert Ravelli
Programmaleider Gelderse Revolverende Middelen
Meer informatie
Vervolgvoorstel Verdeling en inzet revolverende middelen,
 gepubliceerd 13 februari 2013 (PDF, 1 MB)

Utrecht wil leegstand terugdringen Minder kantoren
door ingrijpen provincie

Provincie haalt streep door bouwplannen gemeenten

Nederland is klein, ruimte is schaars. Maar kantoorruimte is er te veel. De afgelopen jaren zijn veel meer kantoren gebouwd dan nodig was. Daardoor staat in Nederland nu ongeveer achttien procent leeg. De provincie Utrecht - waar 1 miljoen vierkante meter kantoorruimte leegstaat - greep in. Dat zorgt er onder meer voor dat in gemeenten in die provincie nu veel minder ruimte is voor het bouwen van nieuwe kantoren dan gepland.

Waarom staat zo veel kantoorruimte leeg?

De huidige leegstand komt niet alleen door de crisis of omdat mensen steeds vaker thuiswerken. Het was voor grondbezitters (met name gemeenten en investeerders) lange tijd ook heel aantrekkelijk om nieuwe kantoren te bouwen. Gemeenten verdienden veel geld door grond die ooit goedkoop was gekocht voor veel geld te verkopen aan ontwikkelaars. Veel huurders vertrokken naar deze nieuwe kantoorruimten. Toen de markt instortte bleken er voor de verouderde panden nauwelijks huurders te vinden zijn. Toch werden de nieuwbouwmogelijkheden in bestemmingsplannen niet teruggebracht. Nieuwbouw blijft daarom nog steeds concurrerend, omdat het vernieuwen van verouderde kantoren óók veel geld kost.

Andere bestemming voor kantoren

Ook veel Utrechtse gemeenten stelden hun bouwplannen niet bij. In de provincie Utrecht maken bestemmingsplannen het mogelijk om nóg ruim 1 miljoen vierkante meter kantoren te bouwen. Intussen loopt de leegstand van kantoren op minder gewilde locaties steeds verder op. De provincie Utrecht besloot daarom in te grijpen. Zij presenteerde een visie die aankondigt de nieuwbouwmogelijkheden terug te brengen. Daarnaast worden gemeenten, eigenaren en initiatiefnemers geholpen om bestaande kantorengebouwen een andere bestemming te geven, zoals hotel, starterswoningen of kamers voor studenten. Zo wordt het voor eigenaren aantrekkelijker om dergelijke panden te verbouwen.

Kantoorruimte: een taak voor provincies?

Zorgdragen voor kantoren en bedrijventerreinen is niet de primaire taak van de provincie, maar van de gemeenten. Maar omdat veel gemeenten zélf belanghebbende zijn, bleven zij ruimte geven voor bouwen. Vanwege het bovenlokale belang in combinatie met de dubbele rol van de gemeenten greep de provincie in. “Gemeenten zijn vanwege eigen financiële belangen of door in het verleden gemaakte afspraken onvoldoende in staat om een dergelijke bovenlokale afweging te maken. Dat kan ertoe leiden dat niet altijd de beste keuzes worden gemaakt”, zo staat in de visie van de provincie Utrecht te lezen.

Nemen van verlies

Gemeenten stonden niet te juichen toen de provincie Utrecht besloot in te grijpen. Het betekent immers dat zij veel minder grond kunnen verkopen en daarop een behoorlijk verlies lijden. Maar op compensatie hoeven zij niet te rekenen. Remco Van Lunteren, gedeputeerde Mobiliteit, Economie en Financiën van de provincie Utrecht: “Ook andere kantoorbezitters en beleggers hebben hun verlies genomen. Zij snappen dat het alleen maar erger wordt als we de huidige situatie laten voortbestaan en zelfs nóg meer kantoren bouwen. Overigens gaan we niet alle nieuwbouw verbieden. Op sommige locaties blijft er vraag naar kantoorruimte die niet te vinden is binnen de bestaande voorraad. Nieuwbouw blijft, zij het in beperkte mate, nodig om de markt in beweging te houden.”

Bedrijfsleven wel blij

Het bedrijfsleven is blij met de actie van de provincie Utrecht. Zo riep VNO-NCW ook andere provincies op de regie te pakken. De ondernemersorganisatie stelde de instelling van een ‘gebiedsautoriteit’ voor, om de situatie te verbeteren. Volgens gedeputeerde Van Lunteren is dat niet nodig. “Provincies hebben veel contact met betrokken partijen en hebben vanwege het bovenlokale belang ook de bevoegdheid om op te treden. Als gemeenten toch doorgaan met bouwen volgens hun plannen, of wanneer zij niet meewerken aan herbestemming, dan kan de provincie daar dus een stokje voor steken.”

“Eigenaren van kantoren moeten meer ruimte krijgen om iets met hun vastgoed te doen. Wij gaan hen daarbij helpen. Ook gaan we mogelijkheden om nieuwe kantoren bij te bouwen voor een groot deel schrappen. We draaien dus de kraan dicht én gaan dweilen, zodat leegstand vermindert en bestaand vastgoed zijn waarde houdt.”
Remco Van Lunteren
Gedeputeerde periode 2011 - 2015

Terug naar de overzichtskaart

live!